Altai, naar de voet van de Beloecha

Алтай, трекинг к подножию Белухи

De Altai ligt in het grensgebied van vier landen: Rusland, Mongolië, China en Kazachstan, maar toch voornamelijk binnen Rusland. Het is een prachtig gebied, een soort “Russisch Tibet”, in het centrum van Azië op het kruispunt van verschillende staten en culturele werelden. De Siberische taiga, de steppen van Kazachstan en de halfwoestijnen van Mongolië ontmoeten elkaar hier. In het gebergte ontspringen de beide bronrivieren van de Ob (de langste rivier van Rusland), namelijk de Katoen en de Bieja, waarvan de laatste haar bron heeft in het grootste meer van de Altaj, het Teletskojemeer. De Katoen (Катунь; Oud-Altaisch woord voor “vrouw”) is de rivier van de Altai. Ze ontspringt aan de gletsjers op de zuidelijke helling van de Beloecha, met 4506 m de hoogste berg van Siberië. Het is naar de voet van de Beloecha dat we de trekking doen.

Hier een verslag van de prospectiereis, Kuifje bij de Russen!))  https://www.andersreizen.be/nl/News/828/Dirk-in-de-Russische-Altaj.aspx

Vrijdag 26 juli:

Brussel Moskou 09:45 – 15:15 (?) Transfer per minibus naar het hotel. Na installatie en de formaliteiten nemen we de metro naar het echte centrum van Moskou en maken we een avondwandeling langs het historisch centrum, het Rode Plein en langs de GOeM (ooit een universele staatswinkel maar nu een sjieke galerij) gevolgd door een diner. Hotel


Zaterdag 27 juli:

We maken de kamer op en laten onze bagage in het hotel.  Afhankelijk van het weer organiseren we een wandeling of bezoeken we een museum. Rond 19:00 keren we terug naar het hotel om daarna per minibus terug naar de luchthaven te worden gebracht.


Zondag 28 juli:

Vlucht Moskou – Gorno-Altaysk 00:25 – 08:50
Bij aankomst worden we opgewacht door de locale organisator. Transfer naar de basis Ych-Enmek langs de M52, bekend onder de naam Chuysky Trakt (Чуйский тракт, loopt van Novosibirsk naar Mongolie om via Islamabad uiteindelijk te stoppen in Karachi, Pakistan). Onderweg doen we o.a. de Seminsky pas (2000 m boven zee-niveau). Na de pas dalen we af naar het kamp Ych-Enmek. We overnachten in 4 persoons houten cabanes ( Айл). Lunch onderweg, russische banja en diner. (Tour Complex Uch-Enmek)


Maandag 29 juli:

Vanuit Ych-Enmek maken we eerst een excursie naar het “Karakol Natuur Park Uch-Enmek” met bezoek aan grafheuvels, uit de tijd van de Scythen en oude Turkse volkeren, met grotschilderingen en een kennismaking met het leven van de inheemse bevolking.

Transfer naar de tour-basis Visotnik (Tuyngur), 250 km, 4-6 uur. Lunchen doen we op een pittoreske plaats onderweg, nl in de Ust-Kansky grot, aan de oever van de rivier Charysh.

Overnachting in Visotnik, in tweepersoonskamers met gedeelde douche en sanitair. Het heet dan wel basiskamp, maar in feite is het een goed uitgebouwd toeristisch complex met hotelvoorzieningen, campingplaatsen, banja, bar, enz. 2 persoonskamer met douche, diner.


Dinsdag 30 juli:

We verdelen de bagage over de paarden en dan is het zover: start van de trekking. Van Visotnik (850 m) wandelen we over de Kuzuyak-pas (1513 m) naar het punt waar de rivier Orokta uitmondt in de Ak-kem, een zijrivier van de Katoen. Het is een eerste test voor ons uithoudingsvermogen. Na de pas wacht ons de koelte van de rivier.

We overnachten voor het eerst in tenten en het avondmaal wordt bereidt boven het vuur. 19 km, stijgen 947 m – dalen 753 m, kamperen op 1044 m, 6-8 uur. Tent, lunchpakket, diner.

De mogelijkheid bestaat om de Kuzuyak-pas te vermijden door van Vicotnik over de rivier de Katoen tot aan de monding van de Ak-kem-rivier te raften. 


Woensdag 31 juli:

Van de monding van Orokta in de Akkem naar de bron van de Tukhman (2000 m). Gedurende de route gaat de dichte taiga geleidelijk over naar alpine vegetatie met zicht op de sneeuwtoppen. We overnachten aan de bron van de rivier Tukhman. 11 km, stijgen 1513 m – dalen 499 m, kamperen op 2058 m, 6-7 uur. Tent, O.L.A.


Donderdag 1 augustus:

Van de Tukhman-bron naar het Kyulduayra meer (Озеро Гульдыайры) (2000 m). We zullen prachtige alpine weidse , panorama’s van de Katoen-bergketen en birarre rotsformaties zien. Overnachting in een cederbos. 17 km, stijgen 1001 m – dalen 1032 m, kamperen op 2090 m, 7-8 uur. Tent, O.L.A.


Vrijdag 2 augustus:

Korte tocht vandaag. Een kleine klim naar een hoogvlakte, gevolgd door een abrupte afdaling en een traject door de Skynchak-vallei, brengt ons naar de rivier de Tekel.

Kamperen op de oever van de Tekel, wat zoveel betekent als de plaats waar ‘teke’ leven, het Altaïsche woord voor berggeit. Na het opzetten van de tenten maken we nog een uitstapje  ( 4 km)naar de grootste waterval van de Altai. 10 km, stijgen 372 m – dalen 658 m, kamperen op 1804 m, 3-4 uur. Tent, O.L.A.


Zaterdag 3 augustus:

We klimmen naar het plateau Sarybel (2300 m) met geel kleurende alpenweiden. Nadat we de bergrivier Ak-Kem hebben doorwaad, of overgestoken via een gammel bruggetje, komen we aan bij de berghut Ak-Kem (1897 m). Een welverdiende ‘banja’ en smakelijk diner wachten ons.

Overnachting in een slaapzaal. 15 km, stijgen 1051 m – dalen 958 m, hut op 1897 m, 7-8 uur. Berghut, banja, O.L.A.


Zondag 4 augustus:

We overnachten vandaag opnieuw in de berghut en maken een wandeling naar de voet van de berg Ak-Yoek (3670 m) die uittorent boven “de vallei van de zeven meren”. Europese reizigers vergelijken deze vallei met het landschap van Noorwegen, 12.5 km

Tweede overnachting in de berghut. Berghut of tent, banja, O.L.A.


Maandag 5 augustus:

We vertrekken uit de berghut Ak-Kem en de gelijknamige vallei richting Ceder glade (2200 m). De klim naar de Karatyurek-pas (3060 m) is een nieuwe test, want hier ligt meestal sneeuw. Na de pas dalen we af naar de parallelle Kucherlinsky-vallei.

Overnachting op een open plaats in het bos. 10 km, stijgen 1323 m, dalen 1101 m, kamperen op 2119 m, 6-8 uur. Tent, O.L.A.


Dinsdag 6 augustus:

Eerst een korte klim naar een plateau en vervolgens een afdaling door een landschap van bergtaiga.

We kamperen aan de oever van een van de mooiste meren van de Altai, het Kucherlinskoye-meer. 8 km, stijgen 387 m – dalen 878 m, kamperen op 1628 m, 4-6 uur. Tent, O.L.A.


Woensdag 7 augustus:

De tenten blijven staan en we maken een luswandeling van 14 km naar de ‘Kleurmeren’, op een hoogte van 2400 m. De meren, Blauw en Groen genaamd, verbazen door hun ongewone kleur. De riviertjes die uit de meren ontspringen vormen prachtige watervallen en er ontvouwt zich een schitterend panorama over het Kucherlinsky-gebied. Tent, O.L.A.


Donderdag 8 augustus:

Van het Kucherlinskoye-meer trekken we naar de rivier de Kucherl. De weg loopt diep in de vallei langs de rivier.

We overnachten op de oever. 21 km, stijgen 586 m – dalen 1106 m, kamperen op 1108 m, 7-8 uur. Tent, O.L.A.


Vrijdag 9 augustus:

Vandaag komen we terug aan waar we begonnen zijn: Visotnik. Onderweg bezoeken we een prehistorische grot waar ooit mensen leefden en waar we petrogliefen zien.

We verblijven opnieuw in het hotel van dag 4, in tweepersoonskamers met gedeelde douche en sanitair. 13 km, stijgen 127 m – dalen 424 m, 4-5 uur. 2 Persoonskamer met douche O.L.A.


Zaterdag 10 augustus:

Met een busje leggen we vandaag 450 km af tot aan Chemal, richting Barnaul. Onderweg bezoeken we in het dorpje Verkh-Uymon, 60 km van Tuyngur, een museum over de Oudgelovigen. Het is ondergebracht in een schooltje en wordt beheerd door een leraar uit een familie van Oudgelovigen.
Een ander museum dat we bezoeken is het Roerich museum. Het is gehuisvest in het gerestaureerde huis van de Oudgelovige Atamanov, waar Roerich verbleef tijdens zijn Aziatische expeditie in 1926. (Nicholas Roerich was een Russisch kunstschilder, filosoof, archeoloog, schrijver en reiziger. Nikolaj Rjorich ontving in 1929 een nominatie voor de Nobelprijs.)
Een tweede stop is in Ust-Caen met een bezoek aan de prehistorische grot van Ust-Caen.
Na de lunch gaat de tocht verder tot Chemal. Lodge, 450 km. O.L.A.


Zondag 11 augustus:

Na het ontbijt vertrekken we richting Barnaul, met  – na 40 km – een stop in Gorno Altai voor een bezoek aan het Nationaal Museum waar de Oekok- of Altaj-prinses te bezichtigen valt. Voor deze mummie uit de 5de eeuw v.C., ontdekt in 1993, is een hele nieuwe zaal gebouwd.

Verdere rit (310 km) naar Barnaul, waar we na het inchecken in het hotel nog enkele uren hebben om rond te wandelen in deze middelgrote Siberische stad, die de hoofdplaats is van de Altai-regio.


Maandag 12 augustus:

Transfer naar de luchthaven en terugreis via Moskou naar Brussel.